Roosteren

Hoe kun je nlt roostertechnisch organiseren?

Scholen gebruiken verschillende modellen, we hebben er een aantal op een rij gezet:

  • Meerdere docenten per nlt-groep inroosteren: contactmomenten worden afwisselend door verschillende docenten verzorgd. Scholen die hiervoor kiezen vergoeden doorgaans voor de deelnemende docenten alleen dat deel van de ingeroosterde uren die ze daadwerkelijk lesgeven (dus bij drie ingeroosterde docenten per groep, krijgt iedere docent 1/3 lesuur voor deze groep in zijn formatie). Vaak krijgen deelnemende teamdocenten naast deze lesformatie nog een extra vergoeding in de vorm van taakuren of iets dergelijks. Hierover moeten goede afspraken worden gemaakt met de verschillende teamleden.
  • Een variant hierop is het werken met ateliers voor combinaties van kleine vakken (bijvoorbeeld een atelier voor nlt, wiskunde-D en informatica en een atelier voor de verschillende beeldende vakken). Alle ateliers worden tegelijk geroosterd (bijvoorbeeld op twee middagen, laatste lesuren). Leerlingen kunnen slechts een ateliervak in hun pakket opnemen. Atelierdocenten worden op de ateliertijden ingeroosterd, maar geven niet altijd les. Het aantal docenten dat ingeroosterd wordt hangt af van het totaal aantal leerlingen in het atelier (en dus niet van één vak).
  • Verschillende nlt-groepen parallel roosteren, waardoor er van docent gewisseld kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan combi’s havo 4 + 5, vwo 4 t/m 6 of zelfs aan havo + vwo 4 t/m 6.
  • Rooster nlt voor verschillende groepen leerlingen tegelijk op middagen van bijvoorbeeld 3 uur. Rooster op zulke middagen meerdere docenten in en geef hen daarvoor elk 2 uur lestijd op hun activiteitenplan. Dat betekent automatisch dat niet elke docent elke week de hele middag voor de leerlingen beschikbaar is. Mogelijk kan er een derde overleguur aan het activiteitenplan worden toegevoegd, waardoor de docenten op zulke middagen ook hun eigen overlegmomenten kunnen plannen.
  • Werken met profiel-dagdelen, waarop alle bètavakken tegelijk worden aangeboden. Er zijn dan een grote groep leerlingen en meerdere docenten aanwezig is. Per dagdeel kan een programma worden samengesteld met instructie-momenten voor verschillende leerling-groepen, practicum-gelegenheid, begeleide of onbegeleide werktijd, gastsprekers, etc. Op deze manier is het ook eenvoudig om tijd vrij te maken voor excursies of projecten buiten school.

Klein vak

Op sommige scholen is nlt een vak met (te) weinig leerlingen. Hoe kan hiermee omgegaan worden?

  • Het carrouselmodel: 4 en 5 havo of 5 en 6 vwo volgen samen modules, die eens per 2 jaar worden aangeboden. Bij de beoordeling kan uiteraard wel rekening worden gehouden met het leerjaar door aan de prestaties van de tweedejaars hogere eisen te stellen dan aan die van de eerste jaars. Ook biedt dit model mogelijkheden om tweedejaars nlt-leerlingen een deel van hun (monovak)kennis te laten overdragen aan eerstejaars.
  • Maak gebruik van het hierboven genoemde ateliermodel voor kleine vakken.
  • Nlt aanbieden met een aantal (vlak bij elkaar gelegen) scholen, waardoor er grotere groepen of verschillende deelgroepen gemaakt kunnen worden. Wellicht kan ook worden samengewerkt met een universiteit of hogeschool in de regio.
  • Doe aan goede voorlichting in klas 3 om de leerlingenaantallen te vergroten. Maak gebruik van enkele startlessen en/ of pre-nlt modules in de onderbouw, laat enthousiaste bovenbouwleerlingen vertellen over het vak en zorg voor goede voorlichting richting ouders.

Ga naar Collegiale visitaties >